Twee jonge oeverzwaluwen zitten op een tak boven de Vecht. De zon staat hoog aan de hemel. Het is zaterdag en wij zijn een dagje aan het ‘happen en trappen’. We  kijken vanaf een aanlegsteiger voor kano’s hoe een zwaluw over het water scheert en insecten uit de lucht hapt om ze even later aan haar jongen te geven. Een kostelijk gezicht. Ik had het nog nooit eerder gezien. Even later fietsen we verder en komen langs het mooie Loenen aan de Vecht. We steken over en nemen een kijkje in het karakteristieke dorp. Beeldbepalend is de korenmolen ‘De Hoop’. Deze molen is meer dan honderd jaar oud. Het is een zogenaamde ‘Stellingmolen’. Een ‘stellingmolen’   is een hoge windmolen met een galerij of ook wel stelling genoemd. Zo’n molen staat meestal in bebouwd gebied en moet hoog zijn om binnen de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen. De wieken en de staart reiken dan ook niet tot de grond. Om dan de molen te kunnen bedienen moet er halverwege de hoogte een stelling zijn die rondom de molen loopt. Vanaf deze stelling wordt de molen gekruid en worden de zeilen aan de wieken voorgelegd. Langs steile trapjes klimmen we naar boven en spreken even met de molenaar. Hij vindt het maar een saaie dag met de weinig wind om te malen. Boven op de molen hadden we prachtig uitzicht en we vonden dat er toch wel een stevige bries stond. De wieken kwamen met een flinke vaart voorbij. Oppassen dat je geen klap van de wiek krijgt, dacht ik nog. Er blijft nog wel even een vraag hangen: hoe komt het dat zoveel molens in Nederland ‘De Hoop’ genoemd worden? Heeft het te maken met afhankelijk zijn van wind en water? Ik kon er niet zo snel iets over vinden. Misschien weet u het?

Even later ‘trappen’ we weer verder langs de vecht. Wat is Nederland mooi! Zeker als je fietst of wandelt kun je dat goed zien. We gaan langs prachtige kastelen en buitenplaatsen maar ook grote huizen met mooi aangelegde tuinen. En de theekoepels zijn er niet van de lucht. Gelukkig is er veel moois bewaard gebleven en zijn er mensen die het vermogen hebben om hier te wonen en al het moois te onderhouden. Ik zal niet jaloers zijn en breng mezelf te binnen dat je niet alles hoeft te hebben om er toch van te kunnen genieten. Zo fietsen we verder en bestellen op een terras dichtbij Oud Zuilen waar de auto staat, nog een glas koud drinken. Er komt nog een ‘patserboot’ met aanverwante artikelen voorbij, maar ik kijk naar de weelderig bloeiende hortensia’s. Klein geluk!

Van twee gemeenteleden op fietsvakantie in Zuid Nederland ontving ik dit weekend een vakantiegroet met een gedicht dat ze ergens onderweg tegenkwamen. Ik geef het u graag door.

Klein geluk.

Als je vooral het wonder ziet

in mens en dier en stil geniet,

wordt je leven rijk en blij

en ontstaat geluk gewoon dichtbij. 

Ik wens u en jou, ver weg of dichtbij een fijne week onder de zegen van de Heer.

Ds. Wouter