Sinds kort heb ik een volgeling. Nu wil ik me niet teveel verbeelden, maar het is echt een trouwe gast en ze lijkt een beetje verliefd. Zonder dat ik preek, blijft ze me toch achter mij aanlopen. Ze is nog een mooie verschijning ook. Ik noem haar maar ‘Maria van Magdala tot Lopik’. Lach niet! Het is een eend! Waar ik me ook bevind in de Dorpstraat, ze volgt mij. Geheel getooid in het zwart met een vleugje groen loopt ze parmantig en luid kwakend achter mij aan. Wel wat een raar gezicht, een dominee met 1 volgeling in de Dorpstraat. Als ze maar niet onder de auto komt, dan heb ik geen volgeling meer. Hoe het zo komt dat ze nu juist mijn volgeling is geworden en niet van mijn buurman, dat is mij een raadsel. Waarom ik? Ach, dat weet ik eigenlijk niet. Tijdens mijn ochtendwandeling heb ik meestal wel wat brood bij me. Blijkbaar ging ze me herkennen en begon ze te posten bij de bakkerij van Schep achter de gemeentelijke prullenbak. Vandaar volgde ze me. Eerst in het geheim, maar nu openlijk. Nu ze weet waar ik woon, is het hek van de dam. Wat moet ik er nu mee? Stiekem vind ik het wel leuk. Minder aardig is dat ze zelfs in het donker voor ons huis zit te kwaken. Gaan eenden eigenlijk ook op vakantie?

Gisterenavond was ik voor de eerste keer in Noordeloos om een dienst te leiden. Ik stond met mijn auto al bij de ‘verkeerde’ kerk. Al snel had ik door dat aan de overkant van de straat nog een kerk stond. Ik voelde mij er meteen thuis. Dat kwam ook door een lapjeskat die bij de entree van de kerk mij al kopjes gevend begroette. De kerkkat was volgens de ouderling een trouwe bezoeker van de kerk, maar mocht niet over de drempel. Na de dienst stond ze er nog. Ze houdt blijkbaar van aandacht en de meest kerkgangers gaven haar dan ook even een aai: ‘tot volgende week’. Terwijl ik dit zo schrijf, denk ik aan Franciscus van Assisi. Vier oktober is het de gedenkdag van deze heilige die volgens de legenden met dieren kon praten.  Franciscus’ houding tegenover dieren komt mooi naar voren in het onderstaande citaat dat aan hem wordt toegeschreven: “Alle schepselen op aarde voelen als wij, streven naar geluk als wij…God wenst dat wij de dieren bijstaan wanneer ze hulp nodig hebben…We hebben een hogere opdracht ze van dienst te zijn wanneer ze ons nodig hebben … Mensen die enig schepsel Gods uitsluiten van hun compassie en medelijden zullen op soortgelijke wijze handelen tegenover hun medemensen.”  Zeker de laatste zin uit dit citaat stemt tot nadenken. Onze barmhartigheid zal de gehele schepping moeten beslaan en niet alleen wat ons goed uitkomt. Wie goed is voor dieren, is ook goed voor mensen en andersom. Naast Franciscus’ compassie voor dieren is er de legende dat hij met dieren kan praten. Zo zijn er verhalen over een preek van Franciscus voor een groep vogels.  In plaats van weg te vliegen, luisteren ze – volgens het verhaal – aandachtig naar zijn redevoering. Nog beroemder is de legende over een wolf, die de inwoners van het dorp Gubbio voortdurend aanvalt. Franciscus gaat het gesprek aan met de wolf en laat hem beloven, dat hij geen mensen meer zal aanvallen. In ruil hiervoor zullen de bewoners van Gubbio hem iedere dag te eten geven. De wolf gaat akkoord met Franciscus’ voorstel en de wolf en de dorpelingen leven voortaan in vrede met elkaar.

In vrede met elkaar leven is een oud verlangen van God en mensen. Je moet er wel wat aan doen. En misschien begint het wel met een goed hart voor de schepping van God. Het oude visioen van de profeet Jesaja spreekt dan ook tot de verbeelding. Ik wil het graag met u delen als slot van deze blog.

‘Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam,

een panter vlijt zich bij een bokje neer;

kalf en leeuw zullen samen weiden

en een kleine jongen zal ze hoeden’

Een fijne week onder de zegen van de Schepper.

ds. Wouter